Streuvels blijft oogsten.

Het 23ste Jaarboek van het Streuvelsgenootschap, Nu danst de zonne [ http://www.streuvels.be ], bevat o.m. de 33ste druk van de novelle De oogst. Naast Het leven en de dood in de ast en Lente staat dat boekje bovenaan mijn Streuvelsranking. Ik stelde deze morgen opnieuw vast dat ik mijn eigen boekenplanken niet meer ken: ik vond er een niet meer zo fris exemplaar van de eerste druk van De oogst. Na een voordruk in Van nu en Straks verscheen de novelle in boekvorm als nr. 27 van Duimpjesuitgave bij Victor Delille te Maldegem in 1901. In het nieuwe jaarboek lijst Paul Thiers alle edities op. In mijn exemplaar trof ik ook het bijvoegsel met de foto van de toen 30-jarige Streuvels.

stst_02

Waarom De oogst zo aangrijpt?

“Rik dook diep de kop in het koorn dat, hoe wonderlijk, daar ongedeerd in de vlammen staan wiegen bleef. Hij wist zelf niet meer of hij nog voortwrocht of sinds lang omver te rusten lag. De kerels hun lied klonk nog altijd even vereend en als hij weer opkeek zag Rik hen werken, heel ontdaan van hun kleren, met naakte benen die dansten hoog op de maatslag van de pikke. Het schemerwankelde al in ’t rond, doordaverd van die windhoze met ratelende slagen erdoorheen. Dat beenflikkeren en gezang werd zo zot, zo wonderlijk in die ontzaglijke brand die heel de wereld met kletsend bliksemlicht doorstraalde. Rik wilde roepen naar Wies, naar Boele, naar Krauwel om hulp en bescheid in zijn benauwdheid, maar de makkers stonden op uren afstand van hem en hoorden zijn stemme niet. De grond rende onder zijn voeten weg en zijn ooren scheurden van vreselijk gerucht. Dat was nu het groot zonnefeest, de zomerdans, de wereld aan ’t gruizelbotsen tegen de zon die daar grijpelijk dicht, het koorn omvlamde.
Rik wist dat ’t met hem gedaan was; daar kwam een vuurspits op hem afketsen en hij viel verdonderd achterover – dan, niets meer.” (Volledig Werk I p. 467 – 1972)

pub_jaarboek23