Leie

Allang wou ik haar zien, de bron van de Golden River. De Leie loopt nu gekanaliseerd langs mijn geboortedorp Beveren, maar in mijn hoofd kronkelt ze nog steeds tussen de romaanse kerktoren van Harelbeke en de vroeggotische van Ooigem.
Voor haar bron moet ik naar naar Artesië, naar het dorpje Lisbourg (Pas-de-Calais). Die bron werd dertig jaar geleden onverwacht een geiser die een kleine vijver vormde. Daaruit ontspringt de Leie nu weer rustig (foto boven), toont al snel een klein watervalletje, duikt heel even onder de Rue de Laires om direct een echte beek te worden die buiten het dorp in kronkels almaar breder voortvloeit. In Aire, op de grens tussen Artesië en Frans-Vlaanderen, heb je al een brug nodig om over te steken. (Foto’s infra)
Ad fontem dus. Daar bedenk ik wat er tussen bron en monding gebeuren kon. En kan. En weet ik dat alles beweging is. En leven een en al beweging is. En blijven moet.

En ik denk aan mijn geboortegrond op Beveren Dries. André G. Christiaens (1905-1989), die ook ‘van den Dries was’, dichtte als Brusselaar over de Leie in Onvindbaar land (1968):
Gij vloeit haast niet, gij draalt en zoekt in ´t lis.
Gij deint niet groots, niet woest en ver van helder
maar zwartgeroot en soms met dode vis
bezilverd ziet ge eruit gelijk een pelder.
Voor zwartgeroot en pelder lees ik de andere dichter en taalgeleerde van Den Dries, deken Leonard Lodewijk De Bo (1826-1885). Zijn geboortehuis staat nog steeds op de hoek van de Kortrijkseweg en Beveren Dries. In zijn Westvlaamsch Idioticon verklaart hij pelder als ‘baarkleed’, en rooten is ‘Vlas in ´t water gedompeld houden gedurende eenige dagen opdat de bast te gemakkelijker afscheide van den stengel, fr. rouir, in de Woordenb. rotten en roten. Vlas rooten in de Leie, in een vijver, in een gracht.’

Bij de Leiebron denk ik gewoonweg aan het dorp, en herhaal ik mezelf:

Beveren revisited

kan men een dorp in woorden vatten
het eindeloos vergaan van mens en ding
de meesters van de school
de dichters van den Dries

de geur van vlas vervlogen
de halve deuren langs de baan gedicht
alleen de Leie trekt nog steeds haar lint
langs levenden en doden

de stam is weg
de wortels en de woorden blijven

(In tegenstroom, 2015)