Flapteksten

Deze morgen twee flapteksten geschreven voor boeken in wording. Vreemde bezigheid. Een selfie in woorden. Maar een uitgever rekent op de kennis van de auteur, die met het onderwerp vertrouwd is. In beide gevallen is er wel een afstand tussen mij en de behandelde auteurs: van Da Vinci verschijnt begin volgend jaar een selectieve vertaling bij Athenaeum n.a.v. de herdenking van Leonardo’s overlijden 500 jaar geleden, van Anton van Wilderode, die 100 jaar geleden werd geboren en 20 jaar geleden overleed, komt er op 1 juni bij Uitgeverij P een thematische bloemlezing. Maar teksten voor flap of catalogus moeten tegelijk wervend zijn. En dat is dan weer werk voor de uitgever. Aard van de zinnen, het soort adjectieven, de verleidelijke beelden: retoriek waarvan een uitgever het patent heeft. Inhoud en vorm, kennis en retoriek: de balans voor een flaptekst, het spel tussen auteur en uitgever. In Amsterdam en Leuven maakt men er werk van.

Leonardo da Vinci, Zelfportret, 1510-1515 (Biblioteca Reale, Turijn).
Anton van Wilderode, © foto Rony Heirman.

VanWilderode.Anton_