Narrenschip

Vandaag werd in de Koninklijke Academie te Gent een merkwaardig boek gepresenteerd. In 1500 verschijnt te Parijs Der zotten ende der narren scip, een Nederlandse variant van het toen beroemde Narrenschyff (1494) van Sebastian Brant, dat door een Latijnse bewerking van Jakob Locher (1497) bekend was geworden in de wereld der humanisten. Erasmus’ Lof der zotheid (1511) staat los van Brants Narrenschiff, maar zal er binnen de tijdsgeest toch wel een aanzet in gevonden hebben. De auteur van Der zotten ende der narren scip is Josse Bade, met zijn gelatiniseerde naam Jodocus Badius Ascensius. En zeggen dat ik in mijn vorig leven in de marge van de lectuur van Erasmus’ Lof der Zotheid die Ascensius steevast als afkomstig uit het Brabantse Asse vermeldde. Bade is een Gentenaar, weet ik nu. De meer dan honderd ‘columns’ in zijn voortreffelijk geïllustreerd Narrenschip zijn satirisch en moraliserend, en citeren rijkelijk uit Bijbel en antieke auteurs. De editie met hertaling en ruim zeshonderd bladzijden toelichting is een substantiële aanvulling van onze kennis van het humanisme in onze contreien. In mijn rubriek Oudheid op zondag volgt medio mei hoofdstuk 34 uit Badius’ Narrenschip.

Theo Janssen en Ann Marynissen, Het Narrenschip in de Lage Landen.
Deel 1. Josse Bade: Der zotten ende der narren scip – tekst en hertaling .
Deel 2. Het schip ingaan – inleiding en aantekeningen, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Gent, 2018, 238+xviii p. en 723 p.