Padre padrone

Het overlijden van Vittorio Taviani, die met zijn broer Paolo de roman Padre Padrone verfilmde en er in 1977 de Gouden Palm in Cannes voor kreeg, doet me terugdenken aan de beginjaren van mijn leraarscarrière. De autobiografische roman van de Sardijn Gavino Ledda (1975) is een van de meest aangrijpende getuigenissen van emancipatie en zelfontplooiing. Meeslepend wordt verteld hoe de jonge Gavino zich bevrijdt van zijn tirannieke vader en zich loswerkt uit het eenzame herdersleven ver van alle ontwikkeling en cultuur.
Zes jaar oud en amper één maand op de schoolbank wordt hij door zijn vader weggehaald en meegevoerd naar de afgelegen herdershut: ‘Ik keek om naar de school die ik zag bibberen door de draf van de ezel, alsof de aardbeving van mijn vaders woorden hem nog deed schudden.’ (13)
Tweehonderd bladzijden verder werkt hij tijdens zijn legerdienst op het Italiaanse vasteland moeizaam zijn opleiding in telegrafie af: ‘En net als die eerste keer, toen ik bijna helemaal op mijn eentje in Baddevrustana de harmonica had leren bespelen, voelde ik ook ditmaal mijn succes als een vlam die mijn angst dat ik anders was dan anderen wegbrandde. Na de overwinning die ik in het bos had behaald had ik nu mijn eerste stap gezet in de maatschappij, ver van ons land; en ik voelde me als een stapeltje brandhout dat klaar lag voor nieuw vuur.’ (216)
Ledda eindigde als linguïst en assistent aan de universiteit van Cagliari. En als auteur. Padre padrone. De opvoeding van een herderszoon stond me in de zeventigjaren als beginneling in het onderwijs, en ook later, vaak voor ogen.

1460880561825.jpg--mirano__una_vita_di_terrore_col_padre_tiranno_