68 – Luigi Malerba en Penelope

‘Het plotselinge vertrek van Odysseus heeft een angstaanjagende twijfel gezaaid in mijn hart. Hoe is het mogelijk dat de ware Odysseus afstand doet van zijn vrouw en zijn huis, nu die verlost zijn van de pretendenten? Alleen een vreemdeling kan zo’n beslissing nemen die hem terugvoert naar de omzwervingen over onbekende zeeën en door onbekende landen. Mijn door wraakgevoelens gedicteerde onwil om hem te herkennen als Odysseus komt misschien voort uit een diepere gewaarwording die ik zelfs niet aan mijzelf durf te bekennen.
Intussen is mijn wanhoop het enige wat echt zeker is, want of hij nu wel of niet de ware Odysseus is, ik heb hem herkend als Odysseus en dat is wat telt voor mij. Ik heb geleerd dat waarheid en fictie met elkaar vervlochten zijn en in elkaar overvloeien, maar op dit moment is hij de enige man op Ithaka die ik als Odysseus in mijn bed kan toelaten. Mits hij niet al is ingescheept op een passerend schip.
Door mijn koppigheid heb ik een nieuwe tragische eenzaamheid geriskeerd waarop ik niet ben voorbereid. Liever nog die onverzadigbare vrijers dan de eenzaamheid. Of ben ik misschien aan het raaskallen? Ik heb de deuren naar mijn eigen ondergang wijd opengezet door mijzelf deze man te onthouden die nu uit trots bereid is alles achter te laten en zijn zwerversbestaan te hervatten. Of weet hij soms al waarheen hij vertrekt en is er misschien een andere vrouw die op hem wacht?’
– Luigi Malerba, Ithaka voor altijd. Roman (vert. Etta Maris), De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 1999, p. 160.

Odysseus keert terug bij Penelope, Terracotta uit Melos, ca. 460-450 v.C. (Louvre, Parijs)