Siciliaanse leestafel

Sicilië wenkt voor de vijfde keer. En als leesvoer denk ik andermaal aan eilandauteurs en wandel ik even langs mijn boeken. Dit keer geen Theokritos of Lampedusa, geen Pirandello of Quasimodo, zij reisden vroeger al mee naar hun thuisland.
Van de Romein Silius Italicus neem ik de Punica mee, boek 14 handelt over de Siciliaanse  campagne van de Romeinen in de Tweede Punische Oorlog. Om te lezen op de kust van Homeros’ Cyclopen bij Aci Trezza: Giovanni Verga, I Malavoglia (1881) in de oude vertaling Het huis bij de mispelboom. Dit jaar komen we niet in Syracuse en Racalmuto, maar toch gaat van Elio Vittorini Gesprek op Sicilië (1941) mee, een anti-fascistische allegorie, en van Leonardo Sciascia Ieder het zijne (1966), een vooral politiek gekleurde semi-detective. Voor luchthaven en vluchten iets luchtigs, een rasechte detective: Camilleri’s De hond van terracotta (1996).
Het wordt dus deels herlezen van auteurs die goed werden bevonden. Schrijvers moet je  vaak ook ter plekke lezen, in het landschap waarin hun figuren floreerden, of crepeerden.