66 – Simon Schama over Thomas Gray en Silius Italicus

‘Nu bergen niet langer werden gezien als inerte stapels rots, maar als actieve natuurkracht, protagonisten van onheil, werd hun prehistorische rol in de aardverschuivingen aangevuld met de beroemdste rampen uit de oudheid. Hannibals tocht over de Alpen. Om die geschiedenis te herleven terwijl hij door het bijpassende landschap reisde, had Gray in zijn bagage nog een overgestileerd epos: de poëzieversie van de geschiedenis van de tweede Punische Oorlog door Silius Italicus. Tijdens het gehots in de draagstoel slaagde Gray erin het beter bekende (en beter geschreven) verslag van Livius te lezen. Maar de ruwe razernij van Italicus, vooral waar het ging over de beroemde tocht over de Alpen door Hannibal en zijn olifanten, had iets dat de jonge mannen in hun hang naar het extreme aansprak. En hoewel Gray dat waarschijnlijk niet wist toen hij Silius Italicus als literaire metgezel koos, verbond hij zich met een van de meest obsederende herinneringsmaniakken uit de Latijnse traditie. Want Silius Italicus, die consul was geweest in de Romeinse provincie ‘Azië’ tijdens het bewind van Nero en een beroemd gerechtsredenaar was, had niet alleen het langste Latijnse gedicht aller tijden geschreven, maar ook een fortuin uitgegeven aan het opkopen en restaureren van alle beschikbare gebouwen die historische of literaire waarde hadden. De beroemdste maar zeker niet de enige waren Cicero’s Tusculaanse villa en de graftombe van Vergilius in de Posillipo-grot bij Napels.’
– Simon Schama, Landschap in herinnering, Amsterdam, 1995, p. 488.