Lente, leven, liefde

De becijferde lente begint vandaag, morgen de veelbezongen lente. Daarbij moet ik telkens weer denken aan het Pervigilium Veneris. De nachtwake die het Venusfeest voorafging, inspireerde in de 4de eeuw een Siciliaanse dichteres (vermoed ik) tot een verrassend liefdeslied met een tragische ondertoon: wanneer zou eindelijk haar lente, en dus de liefde komen? Het werd mijn eerste vertaling in boekvorm (1996), die brak met een lange traditie van vertalingen van het bezwerende refrein:
Cras amet qui numquam amavait, quique amavit cras amet.
Van Bilderdijk (Morgen minn’ die nooit beminde, morgen minn’ die niet meer mint! – 1791) tot Van Wolferen (Morgen mint, wie nooit gemind heeft, wie gemind heeft, morgen mint! – 1970) was het almaar variëren in eenzelfde toonaard. Ik geef toe, ik heb veel meer woorden nodig dan het origineel en dan mijn voorgangers. Maar die eersteling blijft een beetje mijn darling, ondanks Pindaros en Homeros:

Morgen moet de liefde komen
bij wie nooit heeft liefgehad,
bij wie ooit heeft liefgehad
moet de liefde morgen komen.

Foto: Flora, fresco uit Stabiae, 1ste helft 1ste eeuw n.C. (Nationaal Archeologisch Museum, Napels)