Galbert over de moord op Karel de Goede – 2 maart 1127

Het was in het jaar 1127, op twee maart … Te Brugge, in de kerk van Sint-Donaas, eertijds aartsbisschop van Reims, knielde de graaf neer ter voorbereiding van de vroegmis. Naar vroom gebruik deelde hij milde aalmoezen uit aan de armen, zijn ogen gericht op het lezen van de psalmen … De priemen waren voorbij, het responsum van de terts was reeds afgelopen en het pater noster werd gebeden. Zoals het zijn gewoonte was, zat de graaf, godvruchtig en hoorbaar lezend, te bidden. Toen pas, na al die onderlinge beraadslagingen, eden en garanties, hebben deze lieden, in hun hart reeds moordenaars en vuige verraders, de vroom biddende en aalmoezen schenkende graaf, voor de Goddelijke Majesteit neergeknield, met zwaarden doorstoken, herhaaldelijk doorboord en aan de dood prijsgegeven.
– Galbert van Brugge, De moord op Karel de Goede. Dagboek van de gebeurtenissen in de jaren 1127-1128. (Vert. uit het Latijn: A. Demyttenaere), Mercatorfonds, Antwerpen, 1978, p. 100 (c. 15, passim)

Cf. ook https://bruggein100objecten.wordpress.com/2017/07/14/het-dagboek-van-galbert-van-brugge/