Meisjes van Kopenhagen

In Kopenhagen verdringt men zich rond de kleine zeemeermin uit het sprookje van Andersen. Rond het meisje van Egtved in het Nationaalmuseet is het veel rustiger. Van de zeventienjarige is de kledij bewaard en verder alleen wat haar, tanden en nagels. Twee weken nadat ik bij haar stilstond in die wonderkamer van het museum, leer ik op ARTE dat het meisje bij Egtved werd begraven in een eiken kist rond 1370 v.C., het moment waarop in de Griekse wereld Mycene op zijn hoogtepunt was. Bronstijd dus. Vreemd genoeg: het meisje is geen Deense. Tanden, nagels en haren bewijzen dat zij uit het Zwarte Woud afkomstig is en de ruim duizend kilometer noordwaarts te voet aflegde. Zelfs meerdere keren. Was zij een priesteres van de zon? Maakte zij deel uit van een gezelschap handelaars die met koper en tin naar Jutland trokken om dat te ruilen voor barnsteen, het goud van het Noorden? Het archeologisch verhaal klinkt als een roman over een jonge reizigster uit de prehistorie. De eerste van wie een voetreis in het Westen bekend is. Andersens verhaal van de kleine zeemeermin is mooi, maar het meisje van Egtved had hij wellicht nooit kunnen bedenken.

30f6ce50b5