Zweden 2 – Grøndahl over taboe

Mijn Zweedse week kleurde erg Deens. Op de kust van Hovås had ik van de Deen Jens Christian Grøndahl Portret van een man bij, in de trein Kopenhagen retour Het bezoek van de lijfarts van de Zweed Per Olov Enquist. Twee Scandinavische romans die er echt toe doen. Enquist over de verlichte arts-politicus Struensee en het liefdesdrama van koningin Caroline Mathilde, Grøndahl over de zelfanalyse van een man in verhouding tot de zeven vrouwen die zijn leven tekenden. De setting is telkens Kopenhagen, Grøndahl eindigt in Rome en Paestum. Bij de Deen vind je aanhoudend aforismen en bedenkingen die je zou willen stockeren, zoals deze over taboe: ‘Ik heb altijd wantrouwen gekoesterd ten aanzien van literatuur die wil intimideren met een zwart, binnenstebuiten gekeerd idee over eerlijkheid. Die door het heroïsch rondtrompetteren van het onnoembare alle grenzen overschrijdt. Als je je ver genoeg buiten het menselijk herkenbare begeeft, moet je ondanks alle dichterlijke vrijheid uiteindelijk toch kiezen of je aan de kant van het kwaad wilt staan of niet. Niet alles hoeft te worden gezegd. Als de laatste taboes worden doorbroken, gaat de taal ten onder en verandert ze in iets anders, in een sluipend, doordringend vergif, sterker dan enige slang ooit zal kunnen voortbrengen.’ (128-129)