Chesterton over flats

In de trein nam ik gisteren Chesterton mee, de bundeling De krankzinnige rechter, waarvan de ouverture van het eerste verhaal (De vreselijke avonturen van Majoor Brown), een lezer anders leert kijken, zoals zoveel bij Chesterton: ‘Rabelais of zijn fantastische illustrator Gustave Doré zou zijn handen volgehad hebben om die dingen te schetsen, die men in Engeland en Amerika met de naam ‘flats’ bestempelt. Er schuilt iets echt Gargantua-achtigs in het idee: om door het opstapelen van het ene huis op het andere, met voordeur en al, plaatsruimte te willen winnen. In de chaos van die gecompliceerde monstergebouwen, die als het ware verticale straten vormen, kan van alles wonen of gebeuren; ik geloof dan ook, dat als iemand naar de kantoren van de Club van Zonderlinge Zakenlui zoekt, hij die in een dergelijk huizencomplex zal vinden.’