Paul Claes en Van Eyck

Paul Claes zond me als reactie op mijn gedicht bij het Arnolfini-schilderij van Van Eyck (1 februari) een aardig stukje, in het Engels en nog niet gepubliceerd. Daarin heeft hij het over het eerste vers van het kwatrijn dat onderaan op de lijst van het gesloten veelluik van Het Lam Gods te lezen is. Dat eerste vers, een kreupele hexameter, luidt: Pictor Hubertus eeyck · maior quo nemo repertus – De schilder Hubert Van Eyck, de grootste ooit gevonden. De versregel op de lijst vertoont lacunes die te reconstrueren zijn. Maar het tot dusver aanvaarde eeyck maakt de zesvoeter onmogelijk, want de tweede versvoet is dan een creticus (lang/kort/lang) waar je een dactylus verwacht (lang/kort/kort). De correctie van Paul Claes oogt eigenlijk als het ei van Columbus: eeyck moet de eyck zijn. Met de eyck signeert Van Eyck o.m. ook het Arnolfini-schilderij. En de hexameter klopt: PICTOR HUBERTUS <D(E)>EYCK MAIOR QUO NEMO REPERTUS. Claes eindigt zijn stukje als volgt: ‘I propose to read: Pictor Hubertus deeyck · maior quo nemo repertus. In regard of the space available it is possible that deeyck was linked to the preceding Hubertus: Hubertusdeeyck. Now it is up to the restorers of the Ghent Altarpiece to confirm or contradict my restoration of the line.’ Een boodschap die hopelijk  gelezen én gehoord wordt. Dit is Claes ten voeten uit. Wie vroeger een andere lezing voorstelde, moet nu wel van ’t Lam Gods geslagen zijn.