55 – Lesbia’s antwoord aan Catullus

‘Het laatste volledig gedicht van het kleine corpus, carmen 6, is in zijn epigrammatische helderheid een meesterwerk van echt vrouwelijk cynisme, een waardig antwoord, lik op stuk, op het erg beroemde gedicht 85 van Catullus:

             Odiens et amans, de te fortasse requiris.

                   Nescio, Catulle, sed minime excrucior.

(In je haat en liefde stel jij wellicht vragen over jezelf.

Weet ik veel wat, Catullus, geen barst kan het me schelen.)

Vert. Sr. Gentiana Officinalis

We moeten er toch wel aan herinneren dat de critici het nog niet eens zijn omtrent de Carmina Lesbiae. Heel recent is de mening van Warner-Brother, volgens wie de oden van Catullus waarover wij beschikken en die het beroemde Liber vormen, een vervalsing zouden zijn uit de Constantijnse periode, geïnspireerd op deze zes gedichten van Lesbia, die dan weer wel als authentieke documenten moeten worden beschouwd van de poëzie van de Neoterici.’

Uit: Stefano Tonietto, Letteratura latina inesistente, Quodlibet, Macerata, 2017, p. 37 (eigen vertaling).