53 – Vergilius en een kind

Dat kind zal leven als een god en helden zien
verkeren met goden, die ’t kind zelf zullen zien.
Sterk als zijn vader brengt het vrede, heerst op aarde.
Als eerstelingen brengt de aarde voor u, kind,
wild woekerende klimop voort met valeriaan
en mengelt waterroos met glimmende akant.
Vanzelf komt elke geit met uiers vol van melk
terug, geen kudde kent nog angst voor koning leeuw,
vanzelf ook bloeien bloemen welig, rond uw wieg.
Vergaan zal dan de slang, zoals het valse gif
vergaat. De Syrische amoom groeit overal.
Zodra gij, kind, de heldendaden van uw vader
kunt lezen en beseffen kunt wat sterkte is,
dan kleurt het veld stilaan goudgeel van golvend graan,
dan hangen blauwe druiven aan de wilde doorn
en zweten harde eiken honing uit als dauw.

– Vergilius, De herdersfluit. Bucolica. Vertaald door Rik Deweerdt, Kritak, Leuven, 1994 – Ecloge 4.15-30.

ille deum vitam accipiet divisque videbit
permixtos heroas et ipse videbitur illis
pacatumque reget patriis virtutibus orbem.
At tibi prima, puer, nullo munuscula cultu
errantis hederas passim cum baccare tellus
mixtaque ridenti colocasia fundet acantho.
ipsae lacte domum referent distenta capellae
ubera nec magnos metuent armenta leones;
ipsa tibi blandos fundent cunabula flores.
occidet et serpens et fallax herba veneni
occidet; Assyrium vulgo nascetur amomum.
At simul heroum laudes et facta parentis
iam legere et quae sit poteris cognoscere virtus,
molli paulatim flavescet campus arista
incultisque rubens pendebit sentibus uva
et durae quercus sudabunt roscida mella.