45 – Guinevere Claeys over Diana.

Zij was de godin van de jacht. Dochter van de oppergod Jupiter, tweelingzus van de machtige ­Apollo. Diana kennen we van haar pijl en boog, haar feitelijke tuniekje, haar bende bosnimfen. De godin was bovendien vastbesloten maagd. Kuisheid was iets om te beveiligen, desnoods met pijl en boog.

Actaeon was geen god, wel een haast goddelijke jager. Hij zocht wat hij niet mocht vinden, joeg op al wat niet na te jagen was. Hij trof altijd doel. Op een van zijn tochten kreeg hij dorst. Hij ging af op het geklater van een waterval en trof in dat bronwater de naakte Diana en enkele net zo openhar­tige nimfen. Hij mocht niet kijken. Hij kon niet anders. De nimfen wierpen zich snel voor de godin, maar zij was al gezien.

Dat moest hij, onkuise jager, bekopen. De godin veranderde hem in zijn eigen prooi. Het betoverde hert vluchtte weg, naar zijn jachthonden die hun baas niet herkenden. Ze verscheurden hem. Het is een gruwelijk, dus graag geschilderd tafereel. Bovenal Titiaan hielp het aanschouwelijk te maken.

Ik las dat de Groep Diane zich nadrukkelijk had genoemd naar deze godin van de jacht. Naar deze dochter van de oppergod dus, die iedereen het zwijgen oplegt, zodra die haar betrapt of zonder tuniekje ziet.

De rijkswachters hadden hun symboliek aandoenlijk treffend gekozen.

– Guinevere Claeys, Diana in De Standaard, 24 oktober 2017, p. 3.  –  Titiaan, Dood van Actaeon, 1562 (National Gallery, London)