40 – Karen Armstrong over de Griekse tragedie

‘Wanneer de Griekse toeschouwers leerden zich met de lijdende held te vereenzelvigen, huilden ze om mensen die ze anders misschien hadden gemeden – om Medea of een Herakles, die in een vlaag van goddelijke geïnspireerde razernij zijn vrouw en kinderen doodde. Aan het eind van Euripides’ Herakles’ waanzin omhelst de legendarische koning Theseus van Athene de gebroken Herakles en leidt hem van het podium, terwijl de twee verbonden zijn ‘onder een juk van vriendschap’. Bij het afscheid treurt het koor om Herakles’ lot ‘met verdriet en vele tranen… Want vandaag hebben we onze nobelste vriend verloren.’ Met zijn kunst stelde de toneelschrijver de toeschouwers in staat een uitbreiding van hun sympathie te bereiken, zodat ze kennis konden maken met de ‘onmetelijke’ kracht van compassie. Een publiek dat vriendschap kon voelen voor een man die een daad had begaan zoals Herakles, had een dionysische ekstasis bereikt. De toeschouwers ‘stapten uit’ hun vastgeroeste vooronderstellingen met een empathie die ze voordat ze het stuk zagen waarschijnlijk nooit voor mogelijk hadden gehouden.’ – Karen Armstrong, Compassie, De Bezige Bij, Amsterdam / Antwerpen, 2017, blz. 108-109.