38 – Hannah Roels en Pygmalion

Het boek zag er versleten uit. PUBLIUS OVIDIUS NASO stond op de cover en daaronder METAMORPHOSEN.

Hij kwam terug met twee glazen wijn.

‘Vind je het niet te koud hier?’

‘Nee, ik zit liever buiten.’

‘O’, zei hij, ‘ken je de Metamorphosen?’

‘Het verhaal van Pygmalion?’

‘Onder andere. Het hele boek gaat over beelden die tot leven komen. Of het omgekeerde; mensen die in steen veranderen. Altijd door dezelfde god.’

Venus. Ik zei het niet hardop. Ik kreeg het gevoel dat dit voorbereid was, dat hij op me had zitten wachten.

‘Is dat de reden dat jij relaties hebt met je modellen? Om beter te kunnen schilderen?’

Hij glimlachte.

‘Wat doet jou denken dat ik relaties heb met mijn modellen?’

‘Wat je met Sam hebt is toch niet louter professioneel?’

Hij dacht na, nog steeds die lach rond zijn lippen.

‘Nee,’ zei hij, ‘dat is het niet. Maar wat is ooit louter professioneel?’

‘En werkt het?’

‘De relatie?’

‘Het portret.’

‘Ik ben er nog niet,’ zei hij schoorvoetend, ‘er ontbreekt iets. Maar dat ligt niet aan Sam.’ […]

‘Heb je echt een model nodig?’

‘Niet iedereen heeft ze nodig. Ik voorlopig wel, jammer genoeg.’

‘Waarom is dat jammer?’

Ik vind het niet makkelijk om iemand bij me te hebben als ik werk. Bovendien is het altijd een risico, vooral als het schilderij echt goed wordt. Dat zou jij moeten weten, de wereldliteratuur zit vol verhalen over wat er gebeurt als een portret te gelijkend is.’

‘Lach je nu met me?’ vroeg ik.

‘Wat denk je zelf?’

Ik kon niets opmaken uit zijn gezicht.

‘Dat is fictie.’

‘Precies,’ zei hij, ‘maar wat is het verschil? We creëren voortdurend de werkelijkheid.’

Ik draaide met mijn ogen.

‘Dat is bij jou toch ook zo als je personages tot leven wekt?’

‘Mijn personages zijn nog nooit mijn leven komen binnenwandelen,’ zei ik.

Hij glimlachte.

– Hannah Roels, Het portret, Prometheus, Amsterdam, 2017, p. 82-83.