36 – Hans Achterhuis over Plato en het schrift

‘Zo wist Plato in de Phaidros zeker dat de opkomst van het (alfabetisch) schrift – misschien wel het belangrijkste technische medium uit de wereldgeschiedenis – zo ongeveer het einde van de menselijke cultuur zou inluiden. De ervaring van de rechtstreekse overdracht van leermeester naar discipel zou verloren gaan als mensen zelf via het bestuderen van teksten kennis zouden gaan verwerven. Het nieuwe medium zou volgens Plato alle authenticiteit en directheid uit menselijke relaties verdrijven.

In zekere zin had hij gelijk. De goeroe-achtige meester-leerlingverhouding die jaren kon duren, kwam onder druk te staan. Vandaar de beroemde claim van de filosoof dat alleen de mensen die zjn mondelinge leer hadden meegekregen, werkelijk wisten waar zijn filosofie om draaide. Hier begint dan ook de spannende traditie over een ‘geheime leer’ van Plato die tot vandaag de dag tot speculaties leidt, niet alleen in de esoterie.

Wat Plato niet zag was dat het medium van het alfabetisch schrift ook een ‘heerlijke nieuwe wereld’ schiep, waarin mensen nieuwe mogelijkheden kregen om zich cultureel te ontwikkelen. Er zal tegenwoordig niemand zijn die staande wil houden dat de ‘echte, oorspronkelijke’ menselijke gevoelens en ervaringen in de klassieke Griekse Verlichting ten onder zijn gegaan. Sterker nog, het feit dat Plato als groot stilist juist het schrift nodig had om zijn techniekkritiek uit te dragen, laat de grote en positieve veranderingen die dit medium met zich meebracht, scherp uitkomen.’ – Hans Achterhuis, Koning van Utopia. Nieuw licht op het utopisch denken, Rotterdam, 2016, 106-107.