33 – Tom Lanoye over Grieks en Latijn

‘Wij werden opgevoed – niet opgeleid. Wij werden voorbereid op het leven – niet enkel op de arbeidsmarkt.

Jong als ik mocht zijn was ik verslingerd aan de studie van die twee zogenaamd dode talen, die mij later des te meer hebben leren te spelen met de spraak die ik mocht meekrijgen van mijn excentrieke moeder. Zonder studie geen echte vrijheid, zonder gedegen kennis geen frivole jazz.

Ook lang nadat de humaniora al was afgeschaft, zowel in naam als in de praktijk, heb ik geprobeerd om de steeds grotere drommen van Latijn- en Grieksonkundigen te overtuigen van hun ongelijk. Ik probeerde het dédain dat zij vermoedden in míjn kennis te ontmaskeren als dédain dat zij cultiveerden voor iets wat ze niet eens wilden begrijpen.

Ik bezat daartoe een arsenaal aan steengoede argumenten. Maar in de loop der jaren heb ik ze steeds vaker ongebruikt gelaten, uit vermoeidheid en lichtvoetige wanhoop en met als ultieme argument de deernis die men dient te hanteren jegens onwetenden. Laat ze kwaken, geef ze desnoods gelijk. Het heeft geen zin om over kleuren van een koraalrif te discussiëren met een blinde.’ – Tom Lanoye, De literaire derby van de Lage Landen. Feestrede ter gelegenheid van het 250-jarig bestaan [van de MNL] op 20 mei 2016 te Leiden in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden 2015-2016, Leiden, 2017, p. 25-26.