32 – Celsus over bewegen en eten

‘Een gezonde man die een goede conditie heeft en zich kan beheersen, hoeft zich geen regels op te leggen en geen beroep te doen op een dokter of een masseur. Zijn levenswijze behoort afwisselend te zijn: nu eens op het platteland, dan weer in de stad, en dikwijls op zijn landgoed. Hij moet varen, jagen, en soms rusten, maar vaker zijn lichaam trainen. Omdat luiheid het lichaam laat verslappen, inspanning het sterkt, brengt de eerste vroege ouderdom, de laatste langdurige jeugd. Ook is het goed nu eens een warm bad te nemen, dan weer in koud water te baden. Soms moet hij zich insmeren, dan weer juist niet. Hij moet geen voedsel weigeren dat het gewone volk nuttigt, op zijn tijd een banket bijwonen, op zijn tijd zich eraan onttrekken; nu eens meer dan voldoende eten, dan weer minder; liever twee keer per dag eten dan één keer, en altijd zoveel als hij nog verteren kan.’ – Celsus, De geneeskunst  I.1.1-2, vert. John Nagelkerken e.a., DAMON, Eindhoven, 2017.