17 – Brague over de Romeinse weg van Europa

‘De Romeinen hebben op zijn minst de moed gehad om te buigen voor de Griekse cultuur en toe te geven dat zij mensen van weinig beschaving waren, maar wel in staat om te leren. In deze betekenis is iedereen die beseft dat hij beklemd is tussen iets als een ‘hellenisme’ en iets als een ‘barbarij’ een ‘Romein’. Het betekent dat men vóór zich een classicisme heeft dat nagevolgd, en achter zich een barbarij die bedwongen moet worden. Niet alsof men een neutrale tussenpersoon, een simpele tolk zou zijn die zelf geen deel heeft aan wat hij doorgeeft, maar wetend dat men zelf het toneel is waarop alles zich afspeelt, wetend dat men zelf onder de spanning staat tussen een classicisme dat overgenomen moet worden en een innerlijke barbaarsheid. ‘Romein’ zijn is zich als Griek te zien met betrekking tot wat barbaars is, maar evengoed als barbaar met betrekking tot wat Grieks is. Het is weten dat hetgeen je doorgeeft niet van jezelf is, en dat je dit ternauwernood, kwetsbaar en voorlopig in bezit hebt.’ – Rémi Brague, Europa, de Romeinse weg. Een essay, 2013 (vert. J.M.M. de Valk), p.51-52.