12 – Cees Nooteboom en de Loeb

‘Ieder heeft zijn affectaties, en een van de mijne is dat ik op elke reis een deeltje meeneem van Loeb’s Classical Library, als brevier, als rustplek, als talisman, ik weet het niet. De materiële verschijningsvorm van die boekjes bevalt me, zo groot als een hand, licht om te dragen en toch naar de vijfhonderd pagina’s toegaand, groen voor Grieks, rood voor Latijn, de klassieke tekst op de linkerpagina’s, de Engelse vertaling, soms een eeuwenoude, zoals in het geval van Augustinus, op de rechter. Heimwee, dat is het natuurlijk ook, en een wat ijdel gevoel om zo op m’n eentje, in een hotelkamer of op een parkbank, een ingewijde te zijn, iemand die ook nog bij een veel oudere wereld hoort. Vaak probeer ik, met mijn rechterhand de Engelse bladzij afdekkend, hoeveel ik nog kan begrijpen zonder de hulp van de vertaling en even vaak valt dat tegen, de bijna veertig jaar tussen toen en nu hebben hun werk gedaan, al zijn er soms onverwachte momenten van gratie waarin de geheimtaal plotseling openbreekt, de code smelt, en ik zonder hulp in de Griekse of Latijnse tekst vertoef.  –  Cees Nooteboom, De omweg naar Santiago, 1992, p. 245