2 – Jeroen Olyslaegers en Achilles’ wrok

In Wil (2016) evoceert Jeroen Olyslaegers vlijmscherp Antwerpen in oorlogstijd. Ergens laat hij de ik-figuur mijmeren over het openingsvers van Homeros’ Ilias: ‘Dit is geen verslag over het zoveelste slagveld, hier wordt niet zomaar een held bezongen. Die eerste regel houdt ons immers een spiegel voor. Nog straffer: wie weet geeft Homerus ons hier al direct een waarschuwing. Pas op met die wrok, pas op met dat kleine in ieder van u. Nee, iedereen wil liever weten hoe het nu weer ging met dat belachelijke houten paard waarmee de Grieken Troje hebben verschalkt, een scène overigens die ge niet in de Ilias zult terugvinden. Iedereen verkiest de wrok te vergeten, het banale dat komt jengelen en aan uw broek trekken gelijk een lastig kind. En toch is ieders persoonlijke wrok veel machtiger, veel krachtiger dan grootsheid, veel tragischer ook. Het is juist omdat geen kat die graag erkent en iedereen erover huichelt zelfs wanneer de feiten open en bloot op tafel liggen, dat de wrok het enige is wat een ziel van iemand, van een stad of een land zo kan opvreten. … Vertel me dus verder, Muze, over de wrok in deze stad en op welke manier zij gewoed heeft en nog steeds woedt.’ (p. 106)