God en ik

Kerk & Leven

Op 22 mei 2013 verscheen in Kerk & Leven een interview van Lieve Wouters met Patrick Lateur. Hieronder kan je het nalezen.

God en ik
‘Innerlijkheid oefenen’

Classicus-dichter Patrick Lateur kreeg voor zijn Iliasvertaling de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Letteren-Vertalingen 2013

Lieve Wouters

– Hoe zou u zich omschrijven in termen van religiositeit?
Ondanks het feit dat de Kerk me de voorbije decennia vaak zwaar heeft ontgoocheld, durf ik me resoluut katholiek te noemen. Dat heeft te maken met de diepgang van een eeuwenoude traditie die me verbindt met allen die ons in het geloof zijn voorgegaan, maar ook met tekens van authenticiteit en vernieuwing die we nu weer bij paus Franciscus vaststellen. Tegelijk blijft mijn geloof zelf een permanente zoektocht in een wereld die ons meer uitdaagt dan bemoedigt.

– Wat zegt ‘God’ u?
God is voor mij de totaal Andere, die me vanuit verleden en heden in mensen toespreekt en op die manier als de totaal Andere ook heel nabij komt. En me aldus perspectief en toekomst geeft. Hij is diegene die zich steeds zoeken laat, maar ook laat vinden.

– Wat zegt u aan God?
Dat ‘zeggen’ is vooral een stamelen. Daarom maak ik veelal en graag gebruik van woorden die ons worden aangereikt vanuit het rijke reservoir van Bijbelteksten, bij voorkeur de psalmen. Dat stamelend spreken klinkt minder stamelend in de wijdheid en de wijsheid van woorden die mensen vóór mij al hebben bedacht en uitgesproken. De psalmen zijn mooie stukken poëzie en ze bieden een rijk register aan waarin lof en bede, dank en vloek, ontgoocheling en hoop meeklinken. Alles van wat ik ervaar en voel, vindt wel een pendant in een of andere psalm, ondanks de soms vreemde kronkels en krijgshaftige taal.

– Waar, wanneer en hoe maakt u ruimte voor de innerlijke mens en voor God?
Dat gebeurt vaak als reactie op een schreeuwerige wereld die ons op elk moment wil overdonderen, maar ook en vooral vanuit een natuurlijke drang om stilte de plaats te geven die voor ons heilzaam is. En om God de ruimte te geven die Hem toekomt. Die is eigenlijk overal en altijd te vinden en vooral te maken: in de werkkamer, in de liturgie, in de tuin, op de trein, in een gespreksgroep. Innerlijkheid heeft veel te maken met levenshouding, vind ik. Maar dat vergt enige oefening. Misschien is de innerlijkheid meer maakbaar dan we wel denken.

– Wie is Jezus voor u?
De man van Nazaret is de mens bij uitstek en Hij heeft voor ons concreet gestalte gegeven aan het goddelijke. Wie de Bergrede leest, weet zich uitgedaagd om zichzelf te overstijgen en voluit mens te zijn. Wie het Emmaüsverhaal leest, weet dat leven het wint van de dood: na het debacle in de stad was er het heropleven in het dorp. De literatuur evoceert vaak grote historische guren, maar de getuigenissen van de vier auteurs die wij evangelisten noemen, zijn voor mij van een uitzonderlijke orde. Ik kan moeilijk aannemen dat die aanhoudende belangstelling voor de historische Jezus en voor wat Hij allemaal gezegd en gedaan heeft, te reduceren is tot een vorm van collectieve verdwazing.

– Wat doet spiritualiteit met een mens?
“Een mens leeft niet van brood alleen”, staat er in Deuteronomium 8 vers 3. Spiritualiteit komt tegemoet aan de honger die elkeen voelt om achter het oppervlak van mensen en dingen te kijken, om dieper te kijken dan de brute werkelijkheid die zich elke dag en almaar sneller aan ons opdringt. Die diepte vormt de rustige bedding van ons denken en doen. Een christelijke spiritualiteit graaft nog dieper en nodigt uit alles te zien in het licht van de Bergrede met de zaligsprekingen in het begin van Matteüs 5.

– Identiteit of verdraagzaamheid?
Beide. Ik houd niet zoveel van het woordje ‘of’. Het werkt meteen tegenstelling in de hand en uitsluiting, want het klinkt zo exclusief. Identiteit betekent niet geslotenheid, maar veeleer openheid. Wie zijn eigenheid op een menselijke wijze beleeft, ervaart de eigenheid van een ander niet als confrontatie, maar als invitatie tot gesprek. Dat geldt nog meer voor een gelovige. Het evangelie ademt verdraagzaamheid.