Brief aan Morus

Voor het boek Utopisch alfabet. Honderd toekomstvisies, uitgegeven bij De Bezige Bij, schreef Patrick Lateur deze brief aan Thomas Morus.

Waarde Thomas Morus,

Het beeld dat wij na vijf eeuwen van u overhouden, spreekt van een grote ernst en dus bent u niet zo gek als uw naam in het Grieks laat vermoeden. Al die tijd bleef Utopia mensen intrigeren, hoewel het aantal lezers vermoedelijk omgekeerd evenredig zal zijn met de bekendheid van het werk. Lijkt me het lot te zijn van veel klassieken.

U schreef in het Latijn, het Engels van uw dagen, en men las u in alle hoeken van Europa, want de drukpers deed zijn werk. Dirk Martens, die verantwoordelijk was voor de eerste editie van Utopia en ook werk van uw vriend Erasmus drukte, ontmoet ik hier geregeld in Aalst. Een heerlijke tijd moet dat geweest zijn, even heerlijk als mijn eigen tijd, die ideeën nog sneller dan uw drukkers wereldwijd verspreidt. Werd het schrift pas in Homeros’ dagen ook voor literatuur gebruikt, uw tijd was het die het manuscript verdrong. Maar kijk, nu ligt uw drukpers op de schroothoop naast de digitale snelweg. Schrift, drukpers, internet: drie scharniermomenten in de communicatie. Ik hoop dat zo veel mogelijk mensen mogen delen in de derde golf. Want wereldwijd is een nieuw soort analfabetisme al een feit, en bovendien: over de hele wereld is de democratie gediend met een toegankelijke cyberspace.

utopisch alfabet

Belangrijker dan die formele aspecten van taal en communicatie zijn de inhoudelijke overwegingen. In uw ideale maatschappij zitten een aantal elementen van collectivistische aard die me doen denken aan Plato’s Politeia, maar wat het bestuur betreft kiest u gelukkig voor democratische instellingen. Er zijn wel een paar pijnlijke kanten aan uw ontwerp: ik noem onder meer dat u slavernij en doodstraf niet uitsluit. Desondanks is dé vraag die de Utopiërs bezighoudt: waarin ligt het geluk van de mens – ‘quanam in re […] sitam hominis felicitatem putent’? (II.8) En dan blijkt dat voor u politiek, economie, cultuur en religie in functie staan van dat ene doel: het menselijk geluk. Die ethische zorg neem ik in mijn utopie onverminderd mee. En ik voeg er de tolerantie aan toe, want de stichter van uw Utopia ‘liet iedereen vrij in wat hij geloven wilde’ – ‘quid credendum putaret liberum cuique reliquit’ (II.12). Die religieuze tolerantie, die vandaag verruimd mag worden tot verdraagzaamheid tegenover elke politieke en filosofische overtuiging, lijkt mij de grote uitdaging voor de complexe wereld dichtbij en veraf.

Waarde Morus, één jaar na de dood van uw drukker Dirk Martens en één jaar vóór het heengaan van Erasmus, uw vriend-schrijver, stierf u op 6 juli 1535 een vreselijke dood. U was inmiddels een soort inquisiteur geworden, die geen oor had voor religieuze dissidentie, ook niet voor die van Hendrik VIII. Moet ik Utopia dan toch vertalen met Nergensland?

Vale,
Patrick Lateur

Verschenen in: Utopisch Alfabet. Honderd toekomstvisies, De Bezige Bij, Antwerpen, 2011, pp. 116-117.