Tentoonstelling fotograaf Rony Heirman

Rony Heirman

Patrick Lateur hield een toespraak bij de opening van de tentoonstelling Fotograaf Rony Heirman. 50 jaar ontmoetingen in de Kunsthal Sint-Pietersabdij in Gent op 3 juni 2010. Je kan die hieronder integraal lezen.

Meneer de Burgemeester,
meneer de Schepen van Cultuur,
dames en heren,

In 1980 verscheen bij uitgeverij Lannoo een eerste fotoboek van Rony Heirman. Zowat twintig jaar later vierde het Kunsttijdschrift Vlaanderen zijn vijftigste jaargang en kon toen een beroep doen op Heirman om vijftig portretten van artiesten te bundelen. Inmiddels staan we nog tien jaar verder en stelt Lannoo een derde publicatie voor en kunnen wij weer kijken naar werk van Rony Heirman. Een zomer lang portretten in deze Kunsthal en tot 20 juni China-foto’s op het kunstschip Gandavus Portus aan de Visserij.

De man is in de wereld van de kunstfotografie een heel eigenzinnig figuur. Het woord kúnstfotograaf, in de gangbare betekenis van het woord, hoort hij niet graag. Maar meer dan wie ook is hij een kunstfotográáf, een man die met zijn derde oog kunst vastlegt in de figuren van de makers daarvan. Vrijwel vanaf het begin van zijn carrière beweegt hij zich met opvallend gemak in politieke en culturele kringen die hem inspireerden tot schitterende fotografische impressies. Maar vooral het artistieke milieu werd zijn wereld. Hij maakte er veel vrienden, in het bijzonder onder de beeldende kunstenaars. Iemand voor wie Rony Heirman blijvende dankbaarheid koestert, is Octave Landuyt. Heirman zelf beweert dat zijn leven er helemaal anders zou hebben uitgezien, als hij Landuyt op twintigjarige leeftijd niet had ontmoet.

1

Zulke ontmoetingen ontstonden vanuit zijn natuurlijke drang tot contact, waarbij zijn uitbundigheid, zijn Bourgondische stijl, zijn woordenstroom en zijn aanstekelijke lach een directe toegang tot artiesten mogelijk maakten. Niemand kan Heirman weerstaan of hij moet wel stoïcijn zijn, en dan nog een met een heel slecht karakter. Want Heirman palmt in, praat, maakt zich kwaad, schatert, verovert. Heirman weet in de omgang met zijn te fotograferen figuren het naturel te behouden. En dat kunnen die figuren alleen maar door het naturel, de echtheid van de fotograaf zelf. Zij poseren in veel gevallen, ja, maar ik noem het liever pauzeren: even stilstaan tussen twee bewegingen van leven door, zodat in het beeld nog iets meetrilt van wat zo-even nog aan de orde was, namelijk het leven zelf, dat na die pauze ook onmiddellijk verdergaat. De druk op de knop, de klik tijdens die korte stilstand is ook het enige moment waarvan we met zekerheid kunnen zeggen dat de vulkaan Heirman even stil wordt, waarop hij dus in volle concentratie zijn object vastlegt. Als blikvanger van Heirmans tentoonstelling fungeren in de hal bij de ingang tot de expositie twee erg mooie portretten groot formaat uit de privécollectie van Johan de Bliek. De Franse schrijver en beeldende kunstenaar Pierre Klossowski kijkt ons – als het ware tussen twee bewegingen door – telkens heel indringend aan.

Heirman geen kúnstfotograaf dus, wel een kunstfotográáf. Maar hij noemt zichzelf het liefst een chroniqueur. Dat woord heeft alles te maken met het Griekse woord χρονος, de tijd. De fotograaf laat de tijd even stilstaan. In de eerste plaats de tijd van de gefotografeerde kunstenaar, politicus of publieke figuur die in een momentopname wordt vastgelegd. De man of de vrouw wordt in zijn of haar bezigheid even herleid tot een anekdote. Heirman heeft nooit de pretentie hét beeld van een geportretteerde te kunnen vatten. “Fotografie is een grote leugen”, zo stelt hij. En dat heeft niet alleen te maken met het feit dat men nooit op een foto staat zoals men in werkelijkheid is, maar wellicht en vooral ook met de werkelijkheid zelf in haar onvatbaarheid. Een foto kan alleen maar een fractie zijn van die werkelijkheid zoals zij zich voordoet aan de fotograaf.

2

Ik sprak het woord anekdote uit. Reduceert een foto iemand tot een anekdote? Zo’n formulering klinkt negatief, maar ik wil het woord anekdote begrijpen in zijn oorspronkelijke betekenis. Het Griekse avέκδοτος betekent letterlijk ‘onuitgegeven’. Zo krijgt een foto een heel andere dimensie. De anekdote is dus niet iets waar we weinig belang aan moeten hechten, maar zij werpt precies door haar heel eigen accent een ander en nieuw licht op de werkelijkheid en verdient daarom onze volle aandacht. Het is iets onuitgegeven, iets dat we voordien niet kenden. Een fotograaf leert ons de dingen nieuw zien. Heirman leert ons de figuren die hij in een anekdote vastlegde, met andere ogen te bekijken.

Zo vertellen de koppen van Hugo Claus of Roland Jooris iets over het vitalisme van de ene schrijver, de verinwendiging van de andere. En Heirman intensifieert die anekdote met het geëigende materiaal, want fotograferen betekent etymologisch ‘schrijven of schetsen met licht’. Sterke voorbeelden daarvan zijn ook de portretten van o.m. Luc Tuymans en Anton van Wilderode, waarin Heirman met een uitgesproken clair-obscur werkt. Fotografie wordt geënsceneerde fotografie die de werkelijkheid herschept door royaal gebruik te maken van datgene wat alles tot leven brengt, namelijk het licht, en dat gebeurt door een spel met zware tegentonen van zwart. Zwart-wit is overigens het waarmerk van Rony Heirman, maar de tentoonstelling toont in perfect aangebrachte toetsen tussen al het zwart-wit verrassend ook tweemaal twee kleurenfoto’s, en voor wie goed toekijkt zelfs één composiet van zwart-wit en kleur.

Meer nog dan een weergave in profiel of in kwartslag laat Heirman de kunstenaars rechtstreeks in zijn derde oog kijken. Die directe blik brengt de realiteit van de geportretteerde dichterbij, ten voeten uit, de buste of enkel het gelaat, hetzij binnen de context van een atelier, werkkamer of landschap, hetzij met de figuur geïsoleerd binnen de randen van de afdruk zelf. De compositie blijft overigens steeds ongedwongen. Geënsceneerde fotografie heeft bij Rony Heirman nooit een negatieve connotatie. In het spelen met lichtaccenten en tonaliteiten, in de haast intuïtief aangevoelde compositie blijft bij hem alle aandacht gevestigd op de mens. Heirmans fotografische creativiteit is antropocentrisch. Een duidelijke keuze van de man Heirman, die met al zijn vezels wortelt in een wereld die hem boeit en bezighoudt en waarin hij in de eerste plaats de mens wil ontmoeten en weergeven.

Die mens wil hij vatten in zijn betere momenten, niet op ogenblikken van verdriet of ontreddering. Zijn fotografie staat haaks op datgene waar we vandaag al te vaak mee worden geconfronteerd. Heirman pleit voor levenslust en creativiteit. Niet dat hij een boodschap wil brengen, maar hij toont ons eenvoudigweg een artistieke werkelijkheid die bestaat en die ons een antidotum biedt voor alles wat beter niet had bestaan. Met zijn foto’s doet hij de werkelijkheid oplichten.

3

De chroniqueur Heirman laat niet alleen de tijd van de gefotografeerde even stilstaan. Hij legt ook onze tijd vast. Als kroniekschrijver met portretten legde hij een hele periode vast. Een kroniek is een verhaal van gedenkwaardige gebeurtenissen zonder onderlinge samenhang. De kroniek van Rony Heirman is een verhaal van merkwaardige persoonlijkheden uit de artistieke, politiek-maatschappelijke en culturele wereld. De figuren zelf staan veelal los van elkaar. Straks kunt u vaststellen met hoeveel zorg Kunsthal Sint-Pietersabdij de honderdvijftig foto’s heeft geëxposeerd in een afwisseling van strak afgelijnde groepen of speelse modules. Al wandelend leest u een beeldrijke en tegelijk sobere kroniek, die door niks wordt verstoord. De namen van de geportretteerden krijgt u in de hand.

Zo’n kroniek maakt de verzameling in deze tentoonstelling nog vanuit een ander standpunt intrigerend, zeker voor wat de geportretteerde kunstenaars betreft. Het artistieke bedrijf is in wezen een eenzaam gebeuren. De schilder, de schrijver, de beeldhouwer, de componist werkt en creëert in de beslotenheid van atelier of schrijfkamer. De scheppende kunstenaar leidt veeleer een monadisch dan een nomadisch bestaan. Maar de fotografische kroniek brengt hen hier samen. Op het einde van de negentiende eeuw bestond in Frankrijk een Galerie contemporaine, littéraire et artistique, een regelmatig verschijnende reeks fotoportretten van grote kunstenaars. Een imaginair museum dat kunstliefhebbers in huis konden halen. Rony Heirman heeft iets gelijkaardigs gedaan met deze galerij die grotendeels bestaat uit artiesten uit de laatste decennia. Beeldende kunstenaars met een uiteenlopende stijl, schrijvers met een verschillende visie op literatuur, componisten of musici van diverse genres staan hier zij aan zij, jong en oud, levend of overleden: het is een confrontatie van artistiek gedreven individuen (er zijn ook een paar groepen), die elkaar op deze fotografische Parnassos ontmoeten.

Dames en heren, ontmoeting is ook het wezen van Heirmans halve eeuw bezig zijn als fotograaf. Het is het kernwoord van het boek én van de tentoonstelling. Voor deze expositie wil ik de kunstenaar Rony Heirman en de Kunsthal Sint-Pietersabdij van harte gelukwensen.