Paris. Een antiheld?

Week van de Klassieken 2010

Tijdens de Nacht van de Klassieken, op 14 april 2010 in De Balie in Amsterdam, in het kader van de Week van de Klassieken met als thema ‘Helden’, werd de Ilias-vertaling van Patrick Lateur voorgesteld. Hij gaf er zelf de lezing Paris. Een antiheld?. Je kan die hieronder nalezen.

Paris. Een antiheld?

Dames, juffrouwen ̧ heren,

Van grote helden hou ik eigenlijk niet. Als ik dan toch mijn voorkeur moet uitspreken, gaat mijn keuze – die zich pour le besoin de la cause beperkt tot de Ilias – in de eerste plaats naar figuren die zich bewegen in de schaduw van groten als Achilles en Hektor. Bij de Achaiërs is dat Thersites, die in de tweede zang de stem van de kleine man vertegenwoordigt, maar door Homeros – hij zong voor adellijke heren – ongenadig wordt afgeschilderd. Bij de Trojanen is het Dolon, de sukkel uit de tiende zang, wiens hoofd op hol wordt gebracht door Hektors beloften, maar een nachtelijk uur later verliest hij het letterlijk door het zwaard van Diomedes.

Thersites of Dolon dus. Maar neen, ik wil toch iets heroïscher uit de hoek komen. Wat dacht u van de man aan wie wij het te danken hebben dat er nu eenmaal een Ilias is, omdat de moeder van alle oorlogen nu eenmaal aan hem te wijten is? Paris dus. Klinkt een beetje antiheld.

1. Hij, de slechtste zoon van vorst Priamos, staat diametraal tegenover zijn broer Hektor, veruit de beste koningszoon. Op dat contrast heeft de dichter willen wijzen door paradoxaal genoeg op hen beiden eenzelfde vergelijking toe te passen, in zang 6 en 15. Paris en Hektor worden er in hun ren vergeleken met een paard:

Zoals een paard op stal zich eerst te goed
doet aan de haver in de ruif, daarna
zijn halster losrukt en op een galop
en in triomf over de vlakte rent;

het is gewend zich in de sterke stroming
van de rivier te baden, hoog het hoofd,
de manen golven langs de beide schoften,
verzekerd van zijn luister laat het zich
door snelle benen dragen naar de weiden
en de vertrouwde plaatsen van de merries…

2. Wanneer Paris voor het eerst in de Ilias verschijnt, is hij trouwens in het gezelschap van Hektor. We schrijven dan derde zang. Paris ziet Menelaos met wie hij een duel moet aangaan, maar hij duikt onmiddellijk onder in de Trojaanse gelederen en krijgt er een uitbrander van zijn broer. Hektor spreekt hem zelfs aan met een woord dat Homeros zelf heeft bedacht Dysparis, dys-paris, de ontkenning zelve van Paris, een man van niets dus.

Maar Hektor zag het en hij schold hem uit
met scherpe woorden: ‘Paris, man van niets,
fat, vrouwengek, verleider, was jij toch
maar nooit geboren, of gestorven vóór
je huwde. Ja, dat had ik graag gezien
en dat zou ook veel beter zijn geweest
dan dat je nu op die manier een voorwerp
van hoon bent en door anderen veracht.’

Paris is zich bewust van de kloof die hem scheidt van zijn broer. En hij drukt dat ook uit tot Hektor:

Zoals een bijl die door een boomstam gaat
gedreven door een man die er bedreven
een scheepsbalk hakt, de bijl versterkt zijn zwaai
– zo onversaagd het hart dat in je borst huist.
Verwijt me niet de liefelijke gaven
van gouden Afrodite. Heerlijke
geschenken van de goden mag men niet
versmaden, wat zij ons vanzelf ook geven.
Want uit zichzelf kan niemand ze verkrijgen.

De gespannen energie van Hektor versus Paris’ zorgeloosheid en nonchalance. Hij neemt het leven zoals het komt.

 

3. Paris verliest het duel en wordt door Afrodite naar zijn huis gebracht. Maar daar krijgt hij alweer ervanlangs, nu door Helena:

Weer thuis na het gevecht? Gesneuveld had je
daar moeten zijn, geveld door een geweldig
man, die mijn eerste echtgenoot geweest is.
Jij pochte vroeger toch dat jij in vuistkracht
en met de speer een beter krijger was
dan Menelaos, lieveling van Ares!
Vooruit dan, daag hem dadelijk weer uit,
die Menelaos, lieveling van Ares, …

Ook nu is Paris’ antwoord op de beschuldiging heel kalm, en hij gooit het over een andere boeg, die van de liefde natuurlijk:

Kom, laten wij ons nu maar op ons bed
neervlijen en genieten van de liefde.
Nog nooit bedwelmde het verlangen zó
mijn zinnen, zelfs die eerste keer niet, toen ik
je schaakte uit het liefelijke Sparta,
meevoerde op mijn schepen die de zee
doorklieven, op het eiland Kranaë
met jou het bed mocht delen en de liefde.
Nog méér smacht ik van liefde nu naar jou,
een zoet verlangen houdt me in zijn greep.

4. Later, in de zesde zang, komt Hektor Paris bij Helena halen om terug te gaan vechten en zij herhaalt tegen Hektor haar wrevel om Paris.

Maar nu de goden deze rampen zo
hebben beschikt, had ik dan toch de vrouw
kunnen geweest zijn van een beter man,
die alle ergernis en hoon van mensen
wist aan te voelen. Een standvastig hart,
dat heeft hij niet en zal het ook nooit hebben.
En ik vermoed dat hij ervan zal lusten.

Op het einde van die zang voegt Paris zich opnieuw bij Hektor, en dan klinkt het toch positiever. Blijkbaar voelt Hektor in Paris toch ook een stukje held:

De grote Hektor met de fonkelende
helm gaf hem toen als antwoord: ‘Ik begrijp
je niet: niet één mens met gezond verstand

kan jouw werk in de oorlog minachten,
want jij bent dapper. Maar uit eigen wil

geef jij de moed op, wil je niet meer vechten.
Mijn hart doet pijn vanbinnen als ik hoor
dat de Trojanen schande van jou spreken,
terwijl zij juist om jou veel moeten lijden.

5. Dat Paris bijwijlen een held is, blijkt uit zijn exploten: in zang 7 doodt hij Menesthios, een paard van Nestor moet er aan geloven in 8, in 11 verwondt hij Diomedes, Machaon en Eurypylos, in 12 leidt hij een formatie van Trojanen, in 13 doodt hij Euchenor en in 15 Deïochos. Maar, pijnlijk trekje: in het laatste geval hanteert Paris uitzonderlijk de speer – je zou geneigd zijn het een vergissing van Homeros te noemen –, overal elders vecht en doodt hij met boog en pijl. Een held eerste klasse wordt hij in de Ilias nooit. Luister hoe de Achaiër Diomedes, die door Paris aan de voet werd verwond, hem uitlacht:

De sterke Diomedes was niet bang
en antwoordde: ‘Kwaadspreker, boogschutter,
jij, pronker met je krullen, meisjesgluurder,

als jij een lijf-aan-lijfgevecht met wapens
gewaagd had, zouden boog en pijlenregen

je niet van nut geweest zijn. Maar nu schram je
mijn voetzool en gaat snoeven zonder reden!
Het doet me niets, alsof een vrouw me trof

of een onnozel knaapje. Van een lafaard
en nietsnut zijn de pijlen stomp. Het wapen
dat uit mijn hand vertrekt, doet het wel anders,
ook als het maar heel even raakt: mijn speer

is scherp en dadelijk ook dodelijk.

6. In zang 13 valt Hektor nog een laatste keer tegen hem uit, met dezelfde woorden als in zang 3 toen zij voor de eerste keer verschenen en het zware verwijt dysparis viel. Paris, / jij man van niets, jij fat en vrouwengek,/ verleider, en vraagt hem waar de andere Trojaanse leiders zijn, alsof Paris schuld had aan hun afwezigheid. Maar Paris bijt ditmaal van zich af:

De godgelijke Alexandros zei
hem op zijn beurt: ‘Jouw hart geeft nu de schuld
aan wie geen schuld treft, Hektor. Echt, ik ben

nu niet van plan de oorlog te ontlopen,
dat was ik vroeger op een keer wel meer.

Eigenlijk groeit Paris wel als held doorheen de Ilias. En Homeros houdt zelfs een climax in reserve over de grens van de Ilias heen. De stervende Hektor voorspelt Achilles in zang 22 dat hij ooit door Paris en Apollo zal worden afgemaakt. De held bij uitstek van de Ilias zal sneuvelen door de hand van Paris, die eens een fat was en een verleider, een man van niets, een vrouwengek.

Maar zorg ervoor dat ik voor jou niet oorzaak
word van de toorn der goden op de dag

dat jij, in weerwil van je dapperheid,
wordt afgemaakt door Paris en door Foibos
Apollo bij het Skaeïsch poortgebouw.

Dat is zowat het laatste wat wij van hem horen in de Ilias. Hij wordt in zang 24 samen met zijn broers uitgekafferd door vader Priamos. Maar de dichter laat Paris bijvoorbeeld niet aan het woord bij de begrafenis van zijn broer Hektor. Veelzeggend.

Wat mij naar Paris deed grijpen, dames en heren, was de Griekse sympatheia, niet te vertalen met sympathie maar met medelijden.