In memoriam August Keermaekers

August Keersmaekers

In het Jaarboek 2010 van de KANTL verscheen een in memoriam aan August Keersmaekers, die Patrick Lateur op 21 oktober 2009 las op de plenaire vergadering van de Academie. Hieronder vind je daarvan de integrale tekst.

In memoriam August Keersmaekers

Geachte collega’s,

Vandaag herdenken wij nog even collega August Keersmaekers (Retie, 26 oktober 1920 – Duffel 28 september 2009). Ik lees u het corpus van de laudatio funebris die ik uitsprak bij de uitvaart in Duffel op zaterdag 3 september. Wij namen er afscheid van een erudiete wetenschapper, een gepassioneerde literatuurliefhebber, een grote en hartelijke persoonlijkheid.

De wetenschapper Keersmaekers was als professor verbonden aan de Facultés Universitaires Saint-Louis te Brussel, later aan de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius te Antwerpen, waar hij emeritus werd in 1986. Zijn onderzoeksdomein situeerde zich vooral in de zeventiende eeuw. Keersmaekers’ doctorale studie De dichter Guilliam van Nieuwelandt en de Senecaans-klassieke tragedie in de Zuidelijke Nederlanden werd in 1957 uitgegeven door de Koninklijke Academie en in Antwerpen bekroond met de Provinciale Prijs voor Monografie. In 1968 ontdekte hij een zestigtal onbekende, uit het Frans vertaalde gedichten van Bredero, die in 1981 werden uitgegeven en een ander licht wierpen op het werk van de dichter. Maar zijn aandacht ging ook naar de negentiende en de twintigste eeuw: Conscience en Gezelle, Multatuli en Couperus, Claes en Timmermans. Hij bracht vernieuwing in het Conscience-onderzoek met zijn studie in vier afleveringen over Consciences roman De Boerenkrijg. Als een van de meest eminente kenners van Felix Timmermans bracht hij in 2000 in twee delen een studie en een uitgave van alle bewaarde handschriftelijke teksten van Timmermans’ Pallieter. De monografie Het Geluk van een Schrijver. Felix Timmermans en zijn Pallieter werd nadien bekroond met zowel de Antwerpse Provinciale Prijs als de Prijs van de Vlaamse Provincies.
Als erkenning voor zijn werk als literatuurwetenschapper was hij in 1978 al opgenomen in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, waarvan hij in 1988 en 1994 voorzitter was en waar hij tot op het einde actief zou blijven. Wie het wetenschappelijk werk van August Keersmaekers overschouwt, heeft ontzag voor zijn indrukwekkende eruditie, zijn zin voor synthese en zijn onuitputtelijke werkkracht. Die werkkracht resulteerde ook in honderden bijdragen in wetenschappelijke, literaire en culturele tijdschriften.

Zijn medewerking aan tijdschriften vloeide enerzijds voort uit zijn wetenschappelijke bezigheid, maar was anderzijds ook een uiting van zijn gedrevenheid om kunsten en schone letteren in het algemeen en zijn lievelingsauteurs in het bijzonder dichter bij het grote publiek te brengen. Als redacteur van het tijdschrift Vlaanderen stelde hij twee themanummers samen over de Kempen in de Vlaamse roman en in de schilderkunst, en ook nummers over Ruusbroec, Vondel en Emiel van Hemeldonck. Als hoofdredacteur heeft hij tot in 1994 tien jaar lang een beslissende rol gespeeld in de verdere evolutie van het kunsttijdschrift.
Onmiddellijk aansluitend bij zijn wetenschappelijk werk zijn de leesedities die August Keersmaekers bezorgde van het werk van Timmermans en Claes. Talloze bijdragen leverde hij voor de publicaties van de vermelde Timmermansgenootschappen, maar zijn grootste prestatie blijft de tekstverzorging van het volledig creatief proza- en dichtwerk van Felix Timmermans, dat in vijfentwintig delen verscheen bij het Davidsfonds tussen 1989 en 1994. Zonder de inhoudelijke bijdrage van Keersmaekers zijn ook de uitgaven van het Ernest Claesgenootschap haast ondenkbaar. Hij tekende voor de Claeseditie van de meeste jaarboeken van het genootschap. Daarvoor deed hij ook archiefonderzoek, dat hij verwerkte in wat hij liever een uitleiding dan een inleiding noemde. Het typeert zijn dienstbare houding: eerst het boek, dan de commentaar. Een hoogtepunt was ongetwijfeld de jubileumuitgave van De Witte in 1995 met een volumineuze studie als uitleiding.
Amper een paar weken geleden verscheen Reizen en vakantie, het jongste jaarboek van het Claesgenootschap, Keersmaekers’ voorlaatste boek. Zijn voorlaatste, want over een paar weken geeft de Koninklijke Academie postuum Hendrik Conscience. De Muze en de Mammon uit, een studie over Conscience en zijn financieel wedervaren. Deze twee boeken die hij op hoge leeftijd in zijn laatste levensjaar mocht finaliseren, staan symbool voor het rijk gevulde leven van de wetenschapper én de literatuurliefhebber.

Wie met uitzicht op de overoever nog zo intens aan het werken is, is een gelukkig mens. Dat geluk heeft August Keersmaekers een leven lang gedeeld met al wie hem mocht ontmoeten in de salons van de Academie, in de kring van Kempische schrijvers, op een redactieraad van een tijdschrift, een bestuursvergadering van een genootschap, of in zijn huis met de ontelbare boeken. Daarbij vielen steeds weer op: zijn consequente gestrengheid bij het beoordelen en het nemen van beslissingen, zijn medevoelen met en zijn attentie voor de andere, zijn humor en gulle lach. In hem leefden Pallieter en de Witte verder.

Geachte collega’s, wij blijven Gust Keersmaekers dankbaar voor zijn doordachte studies, zijn inzet voor zijn geliefde auteurs, zijn warme menselijkheid. Velen die hem hebben gekend zullen nog namijmeren met de woorden die Timmermans boer Wortel in de mond legt op het einde van Boerenpsalm: “Aan hem heb ik een goede vriend verloren, de beste en hij wandelt nog dikwijls door mijn gedachten, en dan spreken wij met elkaar.”

Verschenen in: Jaarboek van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 2010, Gent: KANTL, pp. 106-108.