Provinciale prijs letterkunde voor Joris van Parys

Cyriel Buysse

Joris van Parys werd voor zijn Buysse-biografie Het leven, niets dan het leven. Cyriel Buysse en zijn tijd bekroond met de Prijs voor letterkunde — essay en monografie van de Provincie Oost-Vlaanderen. Patrick Lateur huldigde de auteur in het gemeentehuis van Stekene op 14 juni 2008. Deze tekst verscheen ook in Mededelingen van het Cyriel Buysse Genootschap XXIV en d’Euzie, het tijdschrift van de Heemkundige Kring van Stekene.

Dames en heren,

Een van de prijzen voor letterkunde 2007 van de provincie Oost-Vlaanderen was uitgeschreven voor essay en monografie. Aan de prijs was een bedrag verbonden van vijfduizend euro. De inzendingen voor dit genre zijn veelal beperkt. Acht werken kreeg de jury te beoordelen, vijf typoscripten en drie boekpublicaties. Onder het voorzitterschap van mevrouw Andrea De Kegel, directie cultuur van de provincie, werden de inzendingen beoordeeld door een jury die bestond uit Sigrid Bousset, Anne Decelle, Dirk Vande Voorde, Marcel van Nieuwenborgh en Patrick Lateur.

Ik citeer nu even uit het beknopt maar sprekend rapport, geschreven door de administratie cultuur op basis van het verloop van de jurering : “Op voorstel van de jury kende de deputatie de prijs toe aan Joris van Parys uit Stekene voor zijn inzending Het leven, niets dan het leven. Cyriel Buysse en zijn tijd, volgens de jury een sterke, wetenschappelijk onderbouwde studie, een boeiende combinatie van biografie en historiografie, met stijl en zorg geschreven. Het is een boek dat onmiskenbaar een leemte aanvult. De jury vindt verder dat de bekroonde inzending doet hongeren naar het werk van Buysse, en dat is precies de manier waarop een biografie moet werken.”

***

Het bondig rapport haalt vijf elementen aan, die ik vanuit het juryoverleg nog even toe wil lichten.

Het wetenschappelijk karakter van de studie blijkt niet allen uit de 30 bladzijden met bronnenmateriaal en de 150 pagina’s voor het notenapparaat, maar vooral uit de kritische en omzichtige manier waarop Van Parys met dat indrukwekkend materiaal omgaat.

Het samengaan van biografie en historiografie is iets wat de recente schrijversbiografie kenmerkt. In de Buyssebiografie worden leven en werk van de auteur in duidelijk afgebakende periodes gesitueerd in een ruim tijdskader, waarin voortdurend politieke, maatschappelijke en culturele elementen worden verdisconteerd. Tegenover die brede context staat de petite histoire van schrijvers leven. In zijn zin voor het schilderend detail verliest de auteur evenwel nergens het geheel uit het oog.

Ten derde: de Buyssebiografie is met stijl en zorg geschreven. Uit het immense, deels ongepubliceerde bronnenmateriaal heeft van Parys een verhaal weten te distilleren dat boeit en verteerbaar, dus leesbaar is. Wetenschap en literatuur gaan hier hand in hand. Ook de formele inkleding is niet onbelangrijk. Binnen de diverse hoofdstukken speelt de auteur met reeksen feuilletonachtige deeltjes die telkens een bepaald aspect uitwerken en ingeleid worden door een motto, dat de auteur haalde uit documenten van de auteur of tijdgenoten. Talloze citaten en fragmenten, soms ook als intermezzi gebruikt, verlevendigen het verhaal. Die structurele aanpak was ook een van de sterke kanten van de Masereel-biografie.

Dat Joris van Parys met dit werk een leemte heeft aangevuld, hoeft geen betoog: hij brengt hier een indrukwekkend beeld van een van Vlaanderens grootste en tegelijk lange tijd meest miskende schrijvers. Zijn biografie zal er ongetwijfeld ertoe bijdragen Buysse de juiste plaats binnen onze letteren te geven. In het licht van de discussie rond onze literaire canon is dat niet zonder belang.

Tenslotte: de Buyssebiografie doet hongeren naar het oeuvre van Buysse. Wanneer een biografie van een schrijver, componist, schilder, enzovoort niet het verlangen oproept opnieuw of voor het eerst kennis te maken met het oeuvre van de kunstenaar, dan heeft de biograaf op een of andere manier gefaald. Van Parys heeft velen, o.a. ook mij doen hongeren. Nog tijdens de lectuur greep ik terug naar Tantes en las ik voor het eerst (o, schande!) ’t Bolleken. Nadien volgde nog o.m. Zomerleven, een atypische Buysse.

Om die vijf aangehaalde redenen, dames en heren, staat de Buyssebiografie van Joris van Parys m.i. op het niveau van de Louis Couperus van Frédéric Bastet of de Multatuli-biografie van Dik van der Meulen.

***

Tot slot wil ik nog even benadrukken dat Het leven, niets dan het leven. Cyriel Buysse & zijn tijd bekroond werd toen het werk nog de status van manuscript had. Ongeveer gelijktijdig met de deliberatie verscheen het mooi verzorgde boek, waarvoor ik hier graag auteur en uitgever complimenteer. Het beeldmateriaal dat in het boek voorkomt, zou de aanzet kunnen zijn tot een gedocumenteerde biografie waarbij, in het spoor van wat Bastet achteraf met zijn Couperus heeft gedaan, tekstfragmenten uit het bekroonde boek naast een uitgebreide collectie foto’s komen te staan. Het bijzonder actieve Cyriel Buyssegenootschap zou hier, mét van Parys, werk kunnen van maken.

Dames en heren, de Provincie Oost-Vlaanderen mag zich, dankzij het levenswerk van Joris van Parys, gelukkig prijzen met dit grootse levensverhaal van een van haar belangrijkste schrijvers.

Verschenen in: Mededelingen van het Cyriel Buysse Genootschap XXIV, Gent, 2008, pp. 174-176 en in d’Euzie, 27(2008)3, pp. 92-93.