Halflicht / Halfdonker

Van 1 tot 14 juli 2006 vond in IDplusArt Kunstcenter in Hamme de tentoonstelling Halflicht / Halfdonker plaats, een plastische ontmoeting met gedichten uit de bundel Rome & Assisi van Patrick Lateur. Op 30 juni opende artistiek coördinator Freddy Huylenbroeck de tentoonstelling met onderstaande tekst.

Dames en heren,

Laat mij toe u eerst voor te stellen aan de persoon zonder wiens bereidwillige medewerking deze expositie quasi onmogelijk zou zijn geweest: l’éminence grise, Patrick Lateur. Hij is classicus, dichter, vertaler, maakt bloemlezingen, is redacteur van enkele literaire- en kunsttijdschriften w.o. Vlaanderen, maakt nog tijd vrij voor zijn leraarschap Latijn en Grieks, is lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, en dan spreek ik nog niet over de talrijke reizen naar zijn geliefde Italië, zijn nimmer aflatende speurtocht naar de oorsprong, naar de bakermat van onze cultuur, gravend zowel in de antieke wereld als in het christelijke verhaal, over de zon die hij zo graag ziet schijnen in een goed glas Toscaanse wijn, een vino nobile, over de intensiteit van het licht, geschreven met hoofdletter,… of toch?

Een samenwerkingsverband tussen woord en beeld is niet totaal nieuw voor Patrick Lateur. Misschien wel in deze context, want meestal wordt een schrijver getoucheerd door een beeld, een schilderij, een sculptuur, een gebouw… Maar in het verleden zijn er reeds enkele mooie wisselwerkingen rond het dichtwerk van Lateur geweest die mijn geloof in het welslagen van dit project enkel maar versterkten. Ik refereer hierbij aan het 30e poëziefestival in Beauvoorde in 2005 waar hij als gastdichter fungeerde. Langs een poëzieweg van één kilometer, die de kerk van Wulveringem met die van Vinkem verbond, werden vijftien kaligrafisch uitgeschreven gedichten gepresenteerd. Een vervolgverhaal van deze wandeling wordt nu nog de hele zomer uitgezet in het Nederlandse Aardenburg. Er is de bundel Kruisweg in de stad waarbij twaalf meditatieve teksten, door Patrick geschreven vanuit de ik-figuur van Jezus, verlucht werden met twaalf aangrijpende materiewerken van Luc Hoenraet, ook geen onbekende voor deze galerieruimte. Er is het diepe respect en de innige vriendschap met de in 2002 gestorven kunstenaar Armand Demeulemeester en de wederzijdse bevruchting binnen hun beider religieus getint oeuvre. En dit zijn maar enkele referenties.

Uit de bundel Rome & Assisi heb ik, uiteraard mits het goedkeurend schouderklopje van onze poëet, zeven gedichten geselecteerd en als inspiratiebron ter beschikking gesteld aan zeven fotografen van de Koninklijke Fotoclub Imago en eenentwintig beeldende kunstenaars van idCollectief en IDplusArt. Het heilig getal zeven of een veelvoud ervan heeft in dit project eveneens een spirituele kracht van uitwerking.

Dat de verhouding tussen lettertekens en woorden, tussen schrijven en tekenen, schilderen, beeldhouwen en de fotografische impact van het aftastende oog door de camera op het subject tot onderhoudende bespiegelingen kan leiden, was voor mij het uitgangspunt. Zeer zeker geen gemakkelijke opdracht, daarvan was ik mij terdege bewust, want ik wenste wel wat meer dan een louter illustratief prentje bij het woord of het rijm. Tekst en beeld kunnen weliswaar prima samenleven. Soms op voet van gelijkheid, doch veelal is één van de twee de baas, zoals bijvoorbeeld het beeld bij foto’s met onderschriften of een verklarend stuk tekst, een reportage, in een geïllustreerd tijdschrift. In dit huiswerk dat ik mijn kunstenaars meegaf, gaat het echter over een heel bijzondere vorm van samenspraak, ik zou zelfs durven spreken van een “relatie op afstand”. Met alle respect, maar voor velen was dit nieuw binnen hun plastische creaties, niet enkel de idee, de werkwijze en de presentatie, doch ook de verzen van Patrick Lateur waren voor sommigen totaal onbekend. Maar onbekend is onbemind, dus zette ik hen aan het nadenken, lokte ik een “gevecht, een worsteling met de woordenvloed van de dichter uit”, letterlijk en figuurlijk. Het beeld komt voort uit zijn woorden, uit zijn taalbeeld, maar is of zou vervolgens autonoom genoeg moeten zijn om op eigen houtje verder te leven.

De eerste vraag die misschien opkomt is: “Wat hebben de schilder en de schrijver met elkaar gemeen?” Is het misschien het genadeloze wit van het vel papier bij de aanvang, maagdelijk rein, onbeschreven, onbevlekt ? Of is het veeleer die onweerstaanbare drang van de woord- of beeldkunstenaar om opgedane emotionele of visuele indrukken en ervaringen te transformeren, te vertalen in opnieuw iets concreets? Waar ligt dan het verschil tussen woord en beeld als neerslag van dit creatieve proces? Waar komen zij elkaar tegen, de dichter en de schilder, de dichter en de beeldhouwer, de dichter en de fotograaf, de schilder en de fotograaf? Is het in het beeldend taalgebruik of juist in typische en betekenisvolle beelden, de vrucht van hun artistieke verwerking?

Misschien is het relevanter en meer intrigerend enkel de vraag te stellen waar ze elkaar kwijtraken. Want dat gebeurt sowieso. Tenslotte ligt de eigenheid van ieder medium toch in zichzelf gesloten, of vergis ik me?
Zo een dialoog kan evenwel best leuk, boeiend en leerrijk zijn, al was het maar om de diversiteit in de gedachtewereld van de eenentwintig artiesten, om vast te stellen en te vergelijken hoe, binnen dit éénrichtingsverkeer, de beeldende kunstenaars en de fotografen zich hebben gelieerd aan een woord, een fragment, een rijm of enkel de idee hebben aangegrepen om hun eigen beeldvoering te voeden.

De titel Halflicht / Halfdonker heeft uiteraard betrekking op de impact van dag en nacht in de geselecteerde verzen, de worsteling tussen licht en duisternis, tussen goed en kwaad sinds mensenheugenis. In het ene gedicht spreekt Lateur van “demonisch duister” en “nachtlichten”, of van “verhulde trekken in een waas van was”, in een ander van “paaslicht dat marmering likt als tong van vuur”, of maakt hij gewag van “schijn en leugen die overgaan in kleur”, behoedt hij ons voor de “nacht die stinkt naar de hel”. In die schemerzone, tussen halflicht en halfdonker, gaan zowel de kunstenaar als de beschouwer de confrontatie aan met het verleden als voedingsbodem voor het nog onbekende, voor het nieuwe. Achter en voorbij de woorden van Lateur gaan zij, maar ook wij die dit aanschouwen, dieper graven naar dat wonder van ons mens-zijn, peilen wij naar de zin van het bestaan, trachten wij menselijkheid en werkelijkheid te verbinden ondanks verwarde duisternis, pijn en verdriet, afscheid en dood, die toch steeds weer krijtlijnen van hoop en belofte inhouden. De impuls van de menselijke emotie gereflecteerd zowel in woord als in beeld. In een gesprek vertrouwde de Nederlandse schilder Rik Van Iersel ooit toe dat “als dingen je diep treffen, aftakeling, ziekte, dood, het net is alsof je constant met koorts rondloopt. De dood is zo zinloos, zo niets. Het schilderen is soms een gevecht tegen dat gevoel”.

Maar de titel van deze tentoonstelling verwijst tevens naar de werk- en zienswijze van de kunstenaars.De schilderkunst legt zich toe op de betekenisgeving van de kleur als tot leven gekomen licht. Film en fotografie bestaan door een reeks ingrepen op het procédé van het verankeren van licht en donker. Beeldhouwkunst tracht juist door wisselwerking van licht en schaduw de benadering van aanwezigheid in de ruimte te concretiseren. Hier sta ik, ik besta. To be or not to be.

In deze tentoonstelling krijgt het geschreven woord van de dichter als autonoom kunstwerk een daadwerkelijke zeggingskracht, wordt het taalbeeld van Patrick Lateur daadwerkelijk omgezet in een opmerkelijke, indringende en zinnenprikkelende plastische beeldtaal, geconcretiseerd zowel in schilderijen, aquarellen en tekeningen als in keramiek, sculpturen, objecten, juwelen, installaties en fotowerken. Net als de klankrijke en doordachte poëzie van Lateur spreekt ook dit plastisch ensemble een eigen taal en mag deze presentatie beslist niet bestempeld worden als illustraties of aanhangsels van het dichtwerk. Dat de religieuze inspiratie, de klassieke vormgeving, de gevoelige beeldspraak en de communicatieve kracht van deze gedichten tot de verbeelding van de beeldende kunstenaars hebben gesproken, blijkt overduidelijk uit deze tot stand gebrachte dialoog, die perspectieven opent voor een spirituele zoektocht naar de dieperliggende waarden en de filosofische bewogenheid achter het woord, achter de blik en de geste, achter de lijn, de verfstreek en de materie, achter de vorm en de kleur, achter het licht en het donker, of alleszins ergens halverwege!

Download een pdf van de catalogus van de tentoonstelling.