Vita Pauli — Hieronymus

Vita Pauli

Op 16 juni 2002 stelde Patrick Lateur de vertaling van de Vita Pauli van Hieronymus door Vincent Hunink voor tijdens de Tuin der Letteren bij Uitgeverij P in Leuven. Lees de tekst hieronder.

Ik weet dat wij van een heiligenleven niet meer wakker liggen. Wij laten onze slaap trouwens al lang niet meer voor heiligen, ook al omdat zij de laatste twee decennia aan de lopende band worden geproduceerd.  Maar, terwijl op dit eigenste moment in Rome een halfmiljoen mensen — dat waren deze week de prognoses in de Italiaanse media — samenzijn om de laatste in de rij te vieren, verwelkomen wij hier met zijn allen een boekje over een heilige, die — jawel — helemaal niet heeft bestaan. Maar mag ik u niettemin met enige aandrang verzoeken toch even uw ogen open te houden — het mag er ook één zijn — voor deze Vita Pauli van Hieronymus in de vertaling van Vincent Hunink. U heeft daar – volgens de regels van de retoriek – drie grondige redenen voor. En volgens mij zelfs vier. Ik begin met de vierde.

Het is namelijk een uitgave van dit huis. Leo Peeraer is onderhands bekend als een gedurfd en bibliofiel uitgever. Ik ken uitgevers die een boek als dit niet zouden durven uitgeven en ik ken auteurs die met zo’n typoscript een leven lang zouden rondleuren. Toen ik vorig najaar met Hunink in Gent universitair tafelde, vroeg ik Vincent of hij nog iets in portefeuille had. — Jawel, de Vita Pauli van Hieronymus. — Je zegt? — Het leven van Paulus van Thebe, de oudste latijnse hagiografie. Doorgemaild gekregen, gelezen en vierentwintig uur later was er een nieuwe titel in de maak voor de reeks van klassieken. Ik heb naar goede gewoonte van het huis het boek nog niet gezien — op de website van Hunink zag ik wel al de kaft en ik mag dus gerust aannemen dat het al gedrukt is — maar ik weet dat er weer een juweeltje op ons wacht.

Maar er zijn ook objectieve redenen om deze uitgave te verwelkomen.

Het thema, dames en heren, is er een dat anno 2002 intrigeert, omdat het een onderwerp betreft dat wij om allerlei redenen uit ons collectief geheugen willen wissen, maar precies door een publicatie als deze ons weer confronteert met een van onze wortels. De vroegchristelijke literatuur is niet steeds relevant voor een hedendaags denken rond geloof en wereld. Maar teksten die de beeldvorming daaromtrent in de eerste eeuwen hebben bepaald, zijn cultuurhistorisch én literair bijzonder interessant. Toen er in de vierde eeuw geen gelegenheid meer bestond voor een heroïsche dood als martelaar, probeerden mensen zich in de lijn van het antieke heldenideaal op een andere manier te onderscheiden: ascetisme, een leven in de woestijn werd een nieuwe vorm van heldendom. Antonius in Egypte, Martinus langs de Loire bij Tours en hun biografen Athanasius en Sulpicius Severus hebben de krijtlijnen vastgelegd waarbinnen tot ver in de Middeleeuwen hagiografen hebben geschreven en zij reikten ook de stof aan voor beeldende kunstenaars. Het leven van Paulus van Thebe, de woestijnvader die nooit heeft bestaan, is net iets ouder dan de Vita Martinivan Sulpicius en het eerste heiligenleven dat in het Latijn werd geschreven.

De auteur — en dat is de tweede grondige reden om voor deze Vita uw aandacht te vragen — is niemand minder dan Hieronymus, de kerkvader die de Latijnse bijbelvertaling herzag, tal van Griekse kerkelijke schrijvers vertaalde en zelf een indrukwekkend oeuvre bijeenschreef, waaronder zijn correspondentie met o.m. Augustinusde boeiendste brok vormt. De Vita Pauli is een vroeg werkje van hem — hij was nog geen dertig — dat ontstond naar aanleiding van een verblijf in de Syrische woestijn. Daar werd zijn aandacht getrokken door die nieuwe vorm van christelijk heldendom, het kluizenaarsleven. Wellicht in een eurocentrische reflex avant la lettre — Hieronymus had in Rome gestudeerd en zou er ook nog een tijdlang verblijven — wou hij nog vóór de inmiddels beroemde maar ongeletterde Antonius een asceet naar voren schuiven die Grieks en Koptisch kende (zo beweert hij) en hij schreef zijn leven (of wat daarrond te bedenken viel) in het Latijn, de taal van het Europa van die dagen. De jonge geleerde, die nog alles moest schrijven wat hem later beroemd zou maken, deed zijn best om intertekstueel Oude en Nieuwe Testament en zelfs Vergilius te verwerken in zijn Vita. En vooral: hij gaf zijn fantasie de vrije loop tot eer en glorie van de schimmige Paulus, tot stichting van de lezers van toen en tot vermaak van de lezer van vandaag. Dat zijn tekst nu na vierhonderd jaar weer integraal vertaald is, heeft op zich nog iets leuks: de polyglot Hieronymus is officieus de patroon van de vertalers omwille van zijn grote vertaalactiviteit en zijn programmatische reflecties daaromtrent. “De vertaler vertaald” is op zich een intrigerende vaststelling.

U heeft nog een derde reden, dames en heren, om uw ogen helemaal open te trekken voor deze uitgave. Voor het eerst gaat uitgeverij P in zijn klassieke vertaalreeks over de grens. Vincent Hunink is als onderzoeker en docent verbonden aan de Katholieke Univeristeit te Nijmegen en werkt er met eigentijdse accenten in de grote traditie van Fritz van der Meer, Christine Mohrmann en Gerard Bartelink. Hij vertaalde recent nog de Regel van Sint-Benedictus en het al vermelde Leven van Antonius door Athanasius. Zijn publicatielijst is overigens bijzonder indrukwekkend en bevat o.m. vertalingen (meestal bij Athenaeum-Polak & Van Gennep) van Cato, Gorgias, Caesar, Sallustius, Cicero, Cicero en Apuleius. Van de Apologie van deze laatste maakte Hunink ook een Engelse vertaling die vorig bij Oxford University Pressverscheen. Volgende week verschijnt bij Ambo een vertaling van preken van Augustinus bij teksten van Marcus en Lucas waar Hunink als co-vertaler aan meewerkte. De kwaliteit van Huninks vertaalwerk (hij was dit jaar ook de winnaar van de eerste Grote Vertaalwedstrijd ingericht door Diapason, Het Beschrijf, De Standaard en De Groene Amsterdammer) ligt in de lijn van wat Hieronymus zelf ooit schreef in een brief tegen critici die zijn vertaalwerk niet ‘waarheidsgetrouw’, d.w.z. niet letterlijk vonden. Hieronymus: “Ik wil eigenlijk maar één ding aantonen, namelijk dat ik vanaf mijn jeugd geen woorden heb vertaald, maar gedachten.” En over andere Latijnse vertalers van Griekse teksten luidt het: “Ze brachten liever de charme en elegantie van hun origineel over.” Vincent Hunink doet in de Vita Pauli niet anders. En hij weet bovendien stem te geven aan de nauwelijks verholen gedrevenheid en het dito enthoesiasme van Hieronymus om Paulus’ leven te beschrijven. Hunink heeft bij zijn vertaling een wetenschappelijk verantwoorde teksteditie bezorgd en stevig onderbouwde uitleiding. Dat hij zijn nieuw werkstuk wil publiceren in het fonds van uitgeverij P is voor de uitgever een hele eer en een mooie aanwinst voor de klassieke reeks die onbekende of te weinig gekende werken brengt.

Ik wens uitgever en vertaler geluk met deze Vita Pauli en nodig de vertaler uit een kort stukje daar uit voor te lezen bij wijze van smaakmaker. De leeuwen, die de eerste christenen de daver op het lijf joegen, zijn er in deze Vita nog steeds, maar op een heel andere manier.