Het wonder zien

Patrick Lateur publiceerde in Wandelen in het dorp vol poëzie, de wandelbrochure van het 28e Poëziefestival van Beauvoorde rond gedichten van Jozef Deleu, de tekst Het wonder zien. Je kan die hieronder lezen.

Het wonder zien

Landschap 1

Tot in de palm
van het landschap
ademt de aarde.

Een wonder
van licht
een troost

van zien.

Jozef Deleu, De jager heeft een zoon (1995)

Hoe vangt een dichter in een handvol woorden een stuk werkelijkheid? Of: hoe herschept hij met de kracht van taal de werkelijkheid die hij ervaart? In het op één na kortste gedicht uit De jager heeft een zoon ontwerpt Deleu een landschap en schetst hij een aspect van zijn poëtische wereld in een kleindicht van zeven smalverzenmet twee witregels. Achttien woorden slechts. De meerderheid daarvan lidwoorden en voorzetsels. Wat overblijft zijn twee werkwoorden en zes zelfstandige naamwoorden. Die laatste staan alle op het einde van een vers en roepen enerzijds een tellurische dimensie op (palmlandschapaarde), evoceren anderzijds een innerlijke wereld (wonderlichttroost). Van de twee werkwoorden vormt het eerste een spel van zachte klanken met zijn onderwerp: de aarde ademt. Het tweede is het laatste woord van het gedicht, heeft in zijn infinitiefvorm ogenschijnlijk geen onderwerp, sluit een tweeledigheid af en contrasteert met het eerste lid door de geïsoleerde plaats na de witregel. Zien is de sluitsteen van dit gedicht.

Van de aarde zegt de dichter dat zij ademt tot in haar uithoeken. Geen geweld gaat van haar uit. Nauwelijks activiteit. Alleen adem. En licht. En daarin is zij bron van verwondering en vertroosting. Voor wie? De ademende en lichtende aarde is er bij de gratie van de actieve waarnemer. Er is iemand die haar moet kunnen, haar vooral moeten willen zien. Zijn zien geeft zin aan het zijn van de aarde en die manier van kijken werkt troostend. Want licht impliceert duisternis bij wie er open voor staat en er oog voor heeft. Alleen voor wie licht wil zien, is er een uitweg uit het duister. De dichter, die met andere ogen naar de aarde kijkt, zegt haar dan ook uit. Niet in de ik-vorm, maar in de infinitief. Want die ervaring is universeel en tot die heel bijzondere manier van zien roept de dichter op. Zien is het sleutelwoord van dit gedicht.

Driehonderdachttien woorden om achttien woorden mogelijks te duiden. Vergeet mijn woordenvloed. Lees Deleu.